KURK wordt duurzaam gepeld en gecontroleerd van de bomen gehaald. Zo wordt per boom bijgehouden wanneer voor het laatst kurk is afgepeld, slechts om de 8-10 jaar mag een nieuwe laag worden gepeld.
De kurkeik (Quercus suber) is een boom uit de beuken-familie (Fagaceae) die inheems is in Zuid-Europa en Noord-Afrika. Deze groenblijvende eik heeft een hoogte van 20 meter en een koepelvormige, uitgespreide, zware kroon met verdraaide takken.
De schors is erg ruw en bevat dikke richels. Het is bleekbruine of bleekgrijze kurk. Zijn de stammen "ontkurkt", dan is de kleur rozerood.
De kurk wordt om de 8 tot 10 jaar van de stam gepeld. Deze kurk wordt gebruikt voor de isolatie, voor schoenzoelen, vloeren, wandbekleding, reddingsboeien en als afsluiting van flessen.
Het pellen van de schors van een kurkeik moet zorgvuldig gebeuren, anders loopt men het risico dat de onderliggende weefsels beschadigd worden en de boom sterft. Na het pellen is de stam vaak donker kastanjebruin van kleur.